De haagbeuk (Carpinus betulus) is in Europa een imheemse plant. Aan de vorm van het blad en de gladde en grijze bast wordt er vaak gedacht dat het om een beuk gaat. Dit is echter niet zo. De haagbeuk hoort namelijk bij dezelfde familie als de berk en de hazelaar. De plant is solitair erg mooi, maar wordt vaak gebruikt als een haag als afscheiding van uw erf. Wanneer de haagbeuk regelmatig wordt gesnoeid kan er geen dikke stam ontstaan omdat er geen kroon kan ontwikkelen. Het blad van de haagbeuk is in het voorjaar frisgroen. In de herfst wordt het blad geel en zal bij de eerste vorst al zijn bladeren laten vallen. In de winter is de haagbeuk nagenoeg kaal.
Eigenschappen van de Carpinus betulus:
De beukenhaag moet twee keer per jaar worden gesnoeid. De eerste keer in het voorjaar voor de langste dag van het jaar en de tweede keer mag in het najaar, net voor de winter. Zo krijg en houd je een mooie volle beukenhaag. De eenvoudigste manier om een beukenhaag te snoeien is om eerst de zijkanten van onder naar boven te snoeien en daarna pas de bovenkant. Anders zouden de afgevallen takken kunnen blijven steken in de zijkant van de beukhaag. Hierdoor is het moeilijker om de haag recht te snoeien.